Jacques Brel is ongetwijfelt één van de meest bekende artiesten als het gaat om Franse chansons. Deze van origine Belgische zanger, componist en tekstschrijver heeft zowel Nederlandse als Franstalige muziek en films op zijn naam staan. Hoewel hij een grote naam heeft verkregen met zijn mooie liedjes en teksten heeft hij slechts enkele jaren als beroemd artiest op het podium gestaan. Begin jaren zestig groeide hij uit tot een internationale ster, maar verliet het podium al in 1967.
Jacques Brel woonde in Brussel en beschouwde zichzelf als een Franstalige Vlaming. Hoewel de meeste liedjes en teksten in het Frans zijn geschreven en gezongen in het Frans, is een behoorlijk gedeelte vertaald in het Nederlands. Deze teksten zijn veelal vertaald door Ernst van Altena. Hij is zelfs degene die verantwoordelijk is voor de Nederlandse vertaling van de term “chanson”, namelijk “het luisterlied” Het leuke van de Nederlandse teksten is de vrij ruime vertaling van de oorspronkelijke tekst. Dit maakt de Nederlandse versies minstens net zo uniek.
Onderstaande liedjes zijn een kleine greep uit Brel’s meest bekende werk.
De teksten van Brél waren hebben heel wat provocatie met zich meegebracht. Zo had hij behoorlijk wat kritiek op de Vlaamse beweging en de rooms-katholieke kerk. Hierdoor was hij niet altijd geliefd onder zijn eigen volk, en zijn dood is dan ook door menig vlaming gevierd. In een interview met Johan Anthierens in 1966 lichtte de zanger zijn bezwaren tegen de Vlaamse nationalisten toe: “Voor mij is een flamingant een extremist en fanaticus, iemand die aan zijn Vlaams-zijn voldoende heeft en zich afsluit voor de buitenwereld. Het is een anachronistisch wezen dat zo onzeker op zijn benen staat dat hij vreest in een confrontatie met niet-Vlamingen binnen de kortste keren onderuit te gaan. Als ik de flaminganten aanpak is dat omdat ik een Vlaming ben, en alle kritiek bij zelfkritiek begint.” Het lied “Les Flamandes”, gebaseerd op zijn jeugdherinneringen, was een van de eerste nummers die werd gezien als een belediging van de Vlaamse volksaard. Zijn fans waren dan ook niet gecharmeerd van het lied en de vlaamse radiozender weigerde het te draaien. Hoewel het lied van satirische aard is, heeft het niet de lading van zijn latere teksten. Een goed voorbeeld hiervan is het spotlied “La La La” waarin waarmee hij zowel de flaminganten als het Belgische koningshuis dodelijk beledigt, ondanks dat de toenmalige koning Boudewijn zich als fan beschouwde. Toch heeft Brel ook met liefde liedjes gescheven over Vlaanderen en zijn vrouwelijke landgenoten.
De muziek van Brel is door meerdere artiesten uitgevoerd. In Nederland zijn Liesbeth list, Johan Verminnen, Herman van Veen en Wende Snijders. Engelse covers van “If you go away” (Ne me quitte pas) zijn o.a. van Dusty Springfield, Neil Diamon en Frank Sinatra. De vertalingen in het engels werden veelal verzorgd door Rod McKuen en de zangers Scott Walker en Terry Jacks. Van If you go away (de Engelse bewerking van Ne me quitte pas) bestaan talloze versies, waarvan die van Dusty Springfield, Neil Diamond en Frank Sinatra waarschijnlijk de bekendste zijn.
De ouders van Jacques Brel zijn getrouwd in België, maar emigreerde begin 20e eeuw naar Congo voor zaken. Hier hebben zij een tweeling gekregen, Pierre en Nelly, die een jaar later stierven aan de gevolden van tyfus. Later werd Jacques broertje geboren, die opnieuw de naam Pierre kreeg. In 1926 keert de familie terug naar Brussel waar in 1929 Jacques geboren werd. Hoewel hij opgroeit in een streng gelovig gezin ontwikkelt Jacques Brel een liberale politieke mening en houdt zich niet bezig met katholieke geloof. Het lichtelijk elitaire en gelovige milieu waarin hij opgroeit zijn dan ook een bron van ergernis, en daarmee van inspiratie, voor zijn nummers.
Brel werkt na de middelbare school eerste een tijdje in de fabriek waar hij later zijn vader als directeur zou opvolgen maar ging zich steeds meer interesseren voor de zang en toneelkunst. Mogelijk geïnspireerd door zijn moeder, die hij mouky noemde ( naar het Vlaamse moeke), die ook liedjes schreef. Via een humanisch en Katholieke jeugdbeweging heeft hij Miche leren kennen (Thérèse Michielsen), waar hij in 1950 trouwde. Brel en zijn vrouw kregen in dit huwelijk drie kinderen, namelijk Chantal, France en Isabelle.
Rond 1952 was Jaques Brel al bezig met het schrijven van liedjes en gedichten, maar maakte een begin aan zijn Carrière toen hij te horen was in het radioprogramma 'La vitrine aux chansons' van Angèle Guller, waarmee hij in contact was gekomen via zijn vrouw . Hoewel hij niet altijd succes boekte in zijn beginjaren, geloofde Angèle sterk in zijn talent. Haar man werkte bij Philips en zo kon Brel in 1953 zijn eerste plaat uitbrengen. Een 78-toerenplaat met de nummers La Foire en Il y a. Een Niet lang daarna werd het duidelijk dat Jacques geen fabrieksdirecteur ging worden en nam, op aandringen van zijn vader de artiesten naam Bèrel aan.
Zoals zijn voorgangers vertrok ook Brèl naar het grote Parijs om zijn naam groot te maken. Ook hier bleek dat zijn muziek wisselend werd ontvangen.
Zijn muziek trok echter de aandacht van Jacques Canetti, de eigenaar van de in 1947 opgerichte theater ‘Les Trois Baudets’ optreden. Hier heft Brèleen aantal keer mogen optreden, waarna Canetti zich profileerde als zijn ontdekker. Deze plek is een heuse kweekvijver gebleken voor een ontelbaar aantal artiesten en is in 2009 na een volledige renovatie weer open voor artiesten en publiek.
In 1954 laat Brèl zijn gezin overkomen naar Parijs en ontmoet hij in dezelfde periode enkele vrienden die lang een belangrijke rol in zijn leven hadden. Zo leerde hij zijn goeie vriend Georges Pasquier 'Jojo' kennen. Ook legde hij contact met muziekant en orkestleider François Rauber en pianist Gérard Jouannest. Deze mannen hebben Brel gedurende zijn muzikale carrière begeleid met het maken van de grammofoonplaten en zijn optredens. Daarnaast zijn zij mede verantwoordelijk voor enkele nummers van Jacque Brèl. Nog een beangrijke rol, in een latere periode, was weggelegd voor accordeonist Jean Corti.
In 1955 stond Brel een week lang in het voorprogramma van de internationaal bekende artiest Bobbejaan Schoepen, de oprichter van Bobbejaanland. In 1956 beleefde Brel zijn echte doorbaak met het nummer Quand on n'a que l'amour. Met het groter worden van Brel’s bekendheid gaat zijn gezinsleven er op achteruit, waartoe zijn vrouw Miche in 1958 besluit terug te verhuizen naar Brussel. Ondanks dat Jacques Brel een notoire vreemdganger was is de relatie met Miche nooit verbroken en bleef Jacques Brel kostwinner van het gezin.
Eind jaren vijftig werd de muziek van Brel wat donkerder, waarvan wordt gezegd dat dit gedeeltelijk komt doorde invloed van zijn vriend Jojo. Hij zou van mening zijn dat Jacques Brel zijn katholiek-humanistische visie zou moeten inruilen voor een kijk op de wereld waarin de mens moet strijden.
De muzikale vakkunst van Jouannest en Rauber droegen hier aan bij, wat resulteerde in een nieuwe Jacques Brel. Zo uit hij in ‘Les Flamandes’ (1959) kritiek op de burgerlijke moraal uit zijn jeugd, in ‘Ne me quitte pas’ (1959) legt hij de donkere zijde van de liefde bloot en ‘La mort’ (1960) is het eerste nummer uit een serie die de dood als onderwerk hebben. Deze drie onderwerpen blijken daarna voortdurend terug te komen in zijn repertoire. Hiermee creëerde hij een serieuzer en artistieker imago, die de oude fans verruilden voor een nieuwe generatie fans.
Het ingeslagen pad was echter wel de weg naar de roem, en tot 1967 leidde Brel dan ook een turbulent bestaan waarin zijn nummers zonder uitzondering goed blijken. Inzijn concerten kwam steeds meer de dichter aan het licht, waarbij hij zijn persoonlijk emoties en ervaringen ten tonele spreidde. Hij manier waarop hij zijn teksten als het ware het publiek in spuugde veroverde hij harten hele wereld.
Waar Brel er lange tijd een relativerende en grappende houding op nahield, liet hij steeds vaker een filosoferende en peinzende Brel zien. Hij weidt uit over zijn ‘gestolen jeugd’ en het belang van het kunnen dromen. Snel hierop liet hij vaak een grap volgen, met het idee dat het leven alles behalve serieus te nemen is.
Het zeer regelmatige optreden (zo’n 300 keer per jaar) en het vele drinken en roken zijn, naar verluidt, de redenen geweest om zijn afscheid aan te kondigen. Zijn laatste concert was op 16 mei 1967 in Roubaix, met als reden, dat hij zijn artistieke scherpte niet wilde verliezen. De titel van de Amerikaanse musical film uit die tijd is dan ook opmerkelijk te noemen: ‘Jacques Brel is alive and well and living in Paris’.
In het kader van “het rustig aandoen” legt hij zich, op aanraden van zijn vrouw, toe op de musical ‘homee de la Mancha (Don Quichot), welke hij zelf regisseert. Dit wordt een razend succes waardoor zelfs Koning Boudewijn incognito een bezoek brengt. Hieruit volgt een uitnodiging namens de koning om een bezoek te brengen aan het paleis, welke Jacques Brel wordt afgeslagen. Naast de musical was er tevens een bescheiden filmcarrière voor de chansonnier weggelegd, maar Jacques Brel zelf gaf toe dat zijn producties mislukt waren.
Naast de chansons trok de zeilsport en de vliegsport de aandacht van Jacques Brel. Hij behaalde zijn vliegbrevet en zeilde zowel de Atlantisch en Stille Oceaan met minnares Maddly Bamy. Uiteindelijk beland dit stel op het eiland Hiva Oa. In 1974 wordt er longkanker bij Jacques Brel geconstateerd en huurt Jacques Brel een huis en koopt een vliegtuig (genaamd ‘Jojo’, naar zijn kort daarvoor overleden vriend) op het eiland. Met het vliegtuig bewees hij verschillende diensten naar de lokale bevolking en reisde hij soms af naar Europa voor een medische behandeling aan zijn longen en om zijn laatste LP , Les Marquises (De Markiezeneilanden), op te nemen.
Deze LP Brel kwam in 1977 uit en was de eerste volledige plaat in circa tien jaar. Hiervan werden de eerste dag maar liefst 600.000 exemplaren verkocht en ontving goede kritieken. Na lang daarna keerde de chansonnier en zijn minnares terug naar Hiva Oa, om daar te verblijven tot de zomer van 1978. Zijn gezondheid ging snel achteruit en hij stierf in oktober in een ziekenhuis in Bobigny (vlakbij Parijs) en is begraven op het eiland in de Stille Oceaan.
De dochter van Jacques Brel, France, richtte in 1981 de ‘Fondation Jacques Brel’ op, welke het zeggenschap over het artistieke erfgoed van de zanger heeft. Al in 1962 had Miche Brel de uitgeverij Editions Pouchenel opgericht om het muzikale werk van haar man uit te geven. In 2006 zijn deze twee organisaties samengebracht tot Editions Jacques Brel.
Het werk van Brel blijft tot op de dag vandaag geëerd en gedraaid. Een minder leuk aspect aan zijn nalatenschap: de weduwes Miche Brel en minares Maddly Bamy delen niet eenzelfde mening over waar het graf zich moet bevinden en wie er op afgebeld mag worden.
Er zijn in de periode 1953 tot 1977 vele platen uitgebracht, maar in 2003 verscheen een 15 delige reeks waarin alle albums hernoemd zijn:
Officiële website van Editions Jacques Brel http://www.jacquesbrel.be
Jacques Brel op IMDB
Staan er naar uw mening onjuistheden in deze tekst of heeft u andere op of aanmerkingen, mail ons dan via info@fransechansons.nl
Hieronder vindt u een selectie uit de YouTube video clips en muziek fragmenten van Jacques Brel
|
Jacques Brel - Ne Me Quitte Pas |
|
Jacques Brel-Ne me quitte pas (Eng. Subtitles) |
|
Jacques Brel -Madeleine |